We gebruiken cookies om onze webpagina te verbeteren. Raadpleeg ons cookiebeleid .

NAS 259

uw gegevens beveiligen met Remote Sync (Rsync)

Leren om Rsync-back-uptaken aan te maken en uit te voeren naar een externe ASUSTOR NAS.

2017-12-13

CURSUSDOELSTELLINGEN

Na afronding van deze cursus, moet u in staat zijn om:
1. Een basisinzicht te hebben in Rsync
2. Een Rsync-back-uptaak aan te maken en uit te voeren naar een externe ASUSTOR NAS

VOORWAARDEN

Cursusvoorwaarden:
Geen

Van studenten wordt verwacht dat zij beschikken over een actieve kennis van:
Nvt

OVERZICHT

1. Inleiding op Rsync
1.1 Inleiding op Rsync
2. Rsync gebruiken
2.1 De Rsync-serverservice inschakelen op de externe ASUSTOR NAS
2.2 Een Rsync-back-uptaak aanmaken op de lokale ASUSTOR NAS

1. Inleiding op Rsync

1.1 Inleiding op Rsync

Rsync is een netwerkprotocol dat wordt gebruikt om bestanden en mappen te synchroniseren van de ene naar de andere locatie. Het biedt kopiëren op blokniveau en is geschikt voor gebruik met bestanden en gegevens die voortdurend wijzigen. Door te voorzien in kopiëren op blokniveau, kan Rsync een incrementele back-up bieden. Incrementele back-up maakt opeenvolgende back-uptaken mogelijk (na uw eerste back-uptaak) om alleen gegevens te kopiëren die zijn gewijzigd sinds uw laatste back-uptaak. Als u bijvoorbeeld enkele kleine wijzigingen hebt aangebracht aan een bestand van 10 MB, zal de incrementele back-up alleen de delen kopiëren waaraan u wijzigingen hebt aangebracht. Door alleen de verschillen tussen twee bestandenreeksen over te zetten, kan Rsync u helpen om het gebruik van bandbreedte aanzienlijk te reduceren.

2. Rsync gebruiken

In het volgende voorbeeld doorlopen wij met u het proces van het gebruik van Rsync om een back-up te maken van gegevens van een lokale ASUSTOR NAS naar een andere externe ASUSTOR NAS. ASUSTOR NAS kan als een Rsync-server en als Rsync-client functioneren, wat betekent dat u uw NAS kunt gebruiken als gecentraliseerde back-upserver of een back-up kunt maken van uw NAS naar een andere NAS of een Rsync-compatibele server.

2.1 De Rsync-serverservice inschakelen op de externe ASUSTOR NAS

In dit gedeelte schakelen wij de Rsync-serverservice in en gaan vervolgens verder met het aanmaken van een back-upmodule voor het opslaan van back-uptaken. Denk eraan dat u de Rsync-serverservice moet inschakelen op een ASUSTOR NAS voordat u Rsync kunt gebruiken voor het maken van een back-up.

STAP 1

Selecteer [Services] → [Rsync-server]. Zorg ervoor dat het selectievakje [Rsync-server inschakelen] is ingeschakeld onder de koptekst Rsync en klik vervolgens op [Toepassen]. Klik tenslotte op [Toevoegen] onder de koptekst Back-upmodules.


STAP 2

Het venster Nieuwe back-upmodule toevoegen wordt nu weergegeven. Voer een naam in voor de nieuwe module en klik vervolgens op [Bladeren] om het pad te selecteren waarnaar de bestanden voor deze module worden opgeslagen. Klik op [Voltooien] wanneer u klaar bent.


STAP 3

U zou nu de nieuwe back-upmodule moeten kunnen zien onder de koptekst Back-upmodules.


2.2 Een Rsync-back-uptaak aanmaken op de lokale ASUSTOR NAS

In dit deel maken wij een back-uptaak aan en voeren deze uit naar de externe ASUSTOR NAS via een lokale ASUSTOR NAS.

STAP 1

Selecteer [Back-up & herstel] → [Remote Sync]. Klik op [Aanmaken] onder het tabblad Remote Sync.


STAP 2

De wizard Nieuwe back-uptaak aanmaken wordt nu weergegeven. Onder [Overdrachtsmodus:] selecteert u het keuzerondje [Uw NAS -> Andere ASUSTOR NAS] en klik dan op [Volgende].


STAP 3

Voer het IP-adres in van de ASUSTOR NAS waarnaar u een back-up wilt maken in het veld [Serveradres:] en klik dan op [Volgende].

Opmerking: u kunt tevens kiezen om gecodeerde verzending te gebruiken. Als u beslist dit te doen, moet u naast uw Rsync-accountgegevens, de SHH-verbindingsinformatie van andere hosts invoeren.


STAP 4

Selecteer de bronmappen of -bestanden waarvan u een back-up wilt maken en klik dan op [Volgende].

Opmerking: hier kunt u ook kiezen om één-op-één mapsynchronisatie te gebruiken. Als u beslist om één-op-één mapsynchronisatie te gebruiken, worden alle gegevens in de aangewezen doelmap gesynchroniseerd met de gegevens in uw bronmap (u mag slechts één map selecteren). De inhoud van beide mappen is precies hetzelfde. Als u beslist deze functie te gebruiken, worden al uw gekozen bronmappen (u kunt meerdere mappen selecteren) één voor één gekopieerd naar de doelmap.


STAP 5

Selecteer de module waarnaar u een back-up wilt maken en klik dan op [Volgende].

Opmerking: hier kunt u zien dat wij de module hebben geselecteerd die wij in het vorige onderdeel hebben aangemaakt.


STAP 6

Selecteer het keuzerondje [Nu back-up maken] en klik op [Volgende].

Opmerking: u kunt ook kiezen om het keuzerondje [Geplande back-up] te selecteren om regelmatige back-ups te plannen.

STAP 7

Voer een naam in voor de back-uptaak in het veld [Taak opslaan als:] en klik op [Volgende].

Opmerking: hier ziet u ook aanvullende selectievakjes voor een groot aantal verschillende back-upopties. Deze opties worden als volgt omschreven:

Extra bestanden houden op de bestemming: Nadat het kopiëren en synchroniseren van bestanden is voltooid, moeten de gegevens op de bron en de bestemming exact dezelfde zijn. Er zijn echter soms extra bestanden aanwezig op de bestemming. Deze bestanden zijn alleen aanwezig op de bestemming, maar niet op de bron. Door deze optie in te schakelen, worden deze extra bestanden behouden op de bestemming en blijven ze ongewijzigd.

Archiefmodus (incrementele back-up): na het inschakelen van deze functie, zullen opeenvolgende back-uptaken (na uw eerste back-uptaak) alleen de gegevens die gewijzigd zijn sinds uw laatste back-uptaak, kopiëren (blokniveau). Als u bijvoorbeeld enkele kleine wijzigingen hebt aangebracht aan een bestand van 10 MB, zal de incrementele back-up alleen de delen kopiëren waaraan u wijzigingen hebt aangebracht. Dit kan het bandbreedtegebruik aanzienlijk verminderen.

Gegevens comprimeren tijdens de overdracht: tijdens de back-up kunt u de gegevens die worden overgedragen comprimeren zodat het bandbreedtegebruik wordt verminderd.

Metagegevens bestand behouden: wanneer u deze optie inschakelt, worden bepaalde bestandseigenschappen (machtigingen, uitbreidingen, attributen, eigenaar, groepen, enz.) samen met het bestand naar de bestemming verzonden.

Ondersteuning replicatie tijdelijke bestanden: u hoeft deze optie alleen in te schakelen wanneer de gegevens waarvan u een back-up wilt maken, tijdelijke bestanden bevatten. U hoeft deze optie normaal niet in te schakelen.


STAP 8

Controleer een laatste overzicht van uw instellingen. Wanneer u klaar bent, bevestigt u deze instellingen door te klikken op [Voltooien].


STAP 9

U zou nu de taak moeten kunnen zien die u zojuist hebt aangemaakt onder het tabblad Remote Sync. Selecteer de taak die u hebt aangemaakt en klik vervolgens op [Nu back-up maken] om de back-uptaak uit te voeren.


Was dit artikel nuttig? Ja / Nee